Spreekwoorden en gezegden
Spreekwoorden en gezegden bevatten vaak een (volks)wijsheid en zijn een manier van uitdrukken. Spreekwoorden en gezegden worden veel in taal gebruikt. Kinderen leren wat de uitdrukkingen betekenen en hoe ze deze zelf kunnen gebruiken. Soms worden spreekwoorden ook verhaspeld, waardoor ze iets anders betekenen. Soms als grap, soms per ongeluk. Daarom is het wel belangrijk om spreekwoorden te (leren) begrijpen.
Spreekwoord of gezegden?
Als je de Nederlandse spreekwoorden en gezegden niet kent kan een gesprek heel snel erg verwarrend worden. Het is namelijk niet altijd heel logisch wat de betekenis ervan is. Het is fijn om vanaf jonge leeftijd al bezig te zijn met het leren van de betekenissen van spreekwoorden en gezegden om verwarringen in de toekomst te voorkomen. Voor veel kinderen gebeurt dit zonder hun weten. Thuis worden spreekwoorden en gezegden gebruikt en nemen deze gewoon over. Voor sommige kinderen is dit echter niet het geval.
Kinderen met autisme bijvoorbeeld. Zij nemen dit soort dingen vaak heel serieus en zullen het dus maar vreemd vinden. Voor deze kinderen moet er wat extra tijd besteed worden aan het aanleren van spreekwoorden en gezegden. Gelukkig hebben we voor jou wat fijne lesmaterialen voor het aanleren van spreekwoorden en gezegden op een rijtje gezet. Bijvoorbeeld het Spreekwoordenspel van Scala Leuker Leren deel 1 en deel 2 of Ajodakt Puzzelen met Spreekwoorden en gezegden van Thiememeulenhoff, groep 5/6 en groep 7/8.
Verschil tussen een spreekwoord en gezegde
Een spreekwoord is altijd een zin in de tegenwoordige tijd die een mededeling doet en is een bekende zin die een wijze les of een algemeen geaccepteerde waarheid bevat. Het is nooit een vraag en de zinnen zijn altijd met wijsheden of levenslessen erin. Een voorbeeld: "Niet geschoten is altijd mis". Spreekwoorden worden vaak gebruikt om advies te geven of om iets duidelijk te maken.
Een gezegde bevat vaak geen wijsheid, er staat ook geen werkwoord in en is een zinsdeel, maar geen volledige zin. Een gezegde heeft meestal een figuurlijke betekenis en geen letterlijke. Gezegden worden vaak gebruikt om iets duidelijk te maken of om advies te geven. Een voorbeeld: "Met hart en ziel".
Spreekwoorden en gezegden oefenen
Waarom zou ik een paard in de bek kijken? Hoe bedoel je, ieder huisje heeft zijn kruisje? Klokken hebben toch allemaal dezelfde tijd? Waarom zou hij thuis anders tikken dan ergens anders? Voor een kind of een buitenstaander die de Nederlandse taal leert zal dit erg verwarrend zijn. In de Nederlandse cultuur maken we veel gebruik van spreekwoorden en gezegden. Korte uitspraken waarmee we makkelijker kunnen uitdrukken wat we bedoelen. Vaak zit er ook een levensles in die je iemand wilt bijbrengen. Een handig hulpmiddel om bijvoorbeeld te oefenen tijdens het zelfstandig werken is Spiekmaatje taal - Lesmaatje.
Er zijn verschillende manieren om spreekwoorden en gezegden te oefen:
- Maak een lijst met spreekwoorden en gezegden en probeer ze te gebruiken in gesprekken of schrijf ze op in geschriften.
- Probeer spreekwoorden en gezegden te verzinnen die passen bij bepaalde situaties of omstandigheden.
- Oefen met het vertalen van spreekwoorden en gezegden van het Nederlands naar een andere taal of vice versa.
- Probeer spreekwoorden en gezegden te gebruiken in de juiste context. Bijvoorbeeld: "Je kunt beter voorkomen dan genezen" kan gebruikt worden om aan te geven dat het beter is om problemen te voorkomen dan om ze op te lossen nadat ze zijn opgetreden.
- Maak gebruik van online oefenmateriaal, zoals quizzes of kruiswoordpuzzels die zich richten op spreekwoorden en gezegden.
Spreekwoorden en gezegden uitleggen
Vanaf jonge leeftijd komen de meeste kinderen in aanraking met spreekwoorden en gezegden. Dit kan op school zijn, maar ook in het dagelijks leven of thuis. Hoe leg je aan deze uit samen met de betekenis ervan. Er zijn een aantal manieren om spreekwoorden en gezegden te verklaren aan leerlingen:
- Geef een uitleg van de betekenis van het spreekwoord of gezegde. Dit kan mondeling of op schrift gebeuren.
- Maak gebruik van visuele hulpmiddelen, zoals plaatjes of video's, om de betekenis van het spreekwoord of gezegde te verduidelijken.
- Vraag de leerlingen om zelf te bedenken hoe het spreekwoord of gezegde kan worden gebruikt in een bepaalde situatie of context.
- Geef voorbeelden van hoe het spreekwoord of gezegde wordt gebruikt in het dagelijks leven.
- Maak gebruik van online oefenmateriaal, zoals quizzes of kruiswoordpuzzels, om de leerlingen te helpen bij het leren en begrijpen van spreekwoorden en gezegden.
- Vraag de leerlingen om het spreekwoord of gezegde te gebruiken in een opstel of gesprek om te laten zien dat ze begrijpen wat het betekent en hoe het kan worden gebruikt.













