Taalmaker

Met de Taalmaker-boekjes laat je leerlingen eigen taalproducten maken, zoals een reclameposter, een advertentietekst of een instructiekaart. Taalmaker sluit aan op het reguliere lesprogramma en wordt gebruikt als extra materiaal of plustaak voor groep 4 t/m 8. Ook bij andere taalmethoden is Taalmaker goed te gebruiken als extra materiaal.
Taalmaker
Met de Taalmaker-boekjes laat je leerlingen uit groep 4 t/m 8 eigen taalproducten maken, zoals een reclameposter, een advertentietekst of een instructiekaart. Taalmaker sluit aan op het reguliere lesprogramma en wordt gebruikt als extra materiaal of plustaak na de toets. Leerlingen die eerder klaar zijn, kunnen dan verder met de plustaken uit Taalmaker. Ook bij andere taalmethoden is Taalmaker goed te gebruiken als extra materiaal.
In de drie boekjes die horen bij Op weg naar 1F komt leerstof aan bod die past bij een route naar niveau 1F (het fundamenteel niveau voor het basisonderwijs). De drie boekjes klimmen op in moeilijkheidsgraad. De boekjes bij Op weg naar 2F bevatten leerstofelementen die horen bij een route naar niveau 1S/2F (streefniveau voor het basisonderwijs). Ook deze drie boekjes verschillen in moeilijkheidsgraad. Dat heeft te maken met de complexiteit van de taak en het product. Bij boekjes op een lager niveau staan bijvoorbeeld de stappen die moeten worden gevolgd, meer uitgeschreven. De boekjes zijn niet gekoppeld aan de jaargroepen. Je kiest voor elke leerling het niveau dat het beste aansluit.
Zelfstandig werken en samenwerken
Door leerlingen zelf een taak te laten kiezen, vergroot je de kans dat ze een taak maken die hen aanspreekt. Hun motivatie om met taal aan de slag te gaan, wordt zo vergroot. De taken van Taalmaker zijn flexibel en praktisch inzetbaar. Omdat leerlingen zelfstandig taalproducten maken, vereist Taalmaker nauwelijks voorbereidingstijd van jou als leerkracht.
De taken zijn zo opgesteld dat ze gemaakt kunnen worden door individuele leerlingen, maar ook door duo’s of in groepjes. Leerlingen doorlopen de vragen dan samen, overleggen daarover en komen tot een gezamenlijk eindproduct. Door elkaar suggesties te geven en te overleggen, verbreden leerlingen hun kennis en inzicht, en werken ze aan hun mondelinge taalvaardigheid.
Je hoeft dus niet te kiezen tussen interactief taalonderwijs of zelfstandig leren. Je kunt met Taalmaker de kracht van beide vormen combineren. Jij bepaalt in welke mate je de leerlingen direct begeleidt of meer zelfstandig aan de slag laat gaan. Dit maakt het werken met Taalmaker organisatorisch beheersbaar.
Zo werkt Taalmaker
Boven een taak van Taalmaker staat de doelstelling in leerlingtaal vermeld. Het uitvoeren van een taak van Taalmaker duurt ongeveer 30 minuten, afhankelijk van het onderwerp. De taak zelf bestaat uit vier fasen:
- Op verkenning: de leerlingen bekijken een taaluiting, zoals een uitnodiging of een spaarkaart. Ze maken daarbij twee verkennende opdrachten. Zo kijken ze gerichter naar de taaluiting en wordt mogelijke voorkennis geactiveerd.
- Uitleg: de uitleg is enerzijds een conclusie vanuit de verkenning en anderzijds de inhoudelijke instructie die nodig is om de volgende fase, te kunnen doorlopen.
- Aan de slag: leerlingen gaan stap voor stap zelf aan de slag met het maken van de taaluiting.
- Delen: in deze fase kijkt de leerling terug en wordt er informatie uitgewisseld.
Aandacht voor woordenschat
In Taalmaker is ook aandacht voor woordenschat. Moeilijke woorden worden in Taalmaker vet weergegeven. Onder aan de taak vindt de leerling de betekenis van deze woorden in het kader ‘Moeilijke woorden’. Bij de keuze voor de woorden is rekening gehouden met de moeilijkheidsgraad en de frequentie van woorden op een bepaalde leeftijd. Een deel van de woorden komt ook in Taal in beeld aan bod en wordt via Taalmaker nog eens aangeboden.