Pesten
Op scholen worden 2 tot 3 leerlingen per klas gepest (1 op de 10). Dat blijkt uit wetenschappelijke onderzoeken. En dat heeft grote gevolgen. Kinderen die gepest worden gaan zichzelf minder leuk vinden, vertrouwen hun leeftijdsgenoten niet en zijn bang om naar school te gaan.
Wil jij (cyber)pesten in je klas bespreekbaar maken? Op Educatheek.nl vind je diverse hulpmiddelen om pesten in de klas te voorkomen, te signaleren en te stoppen. Laat je inspireren!
Pesten
Het is vaak moeilijk om pesten, plagen en ruziemaken te onderscheiden. Er zijn drie duidelijke kenmerken waaraan leerkrachten pesten kunnen herkennen. Het eerste kenmerk van pesten is dat het gedrag is bedoeld om iemand te kwetsen. Het tweede kenmerk is dat het herhaaldelijk gebeurt en het derde kenmerk is dat er een duidelijk machtsverschil is tussen de dader en het slachtoffer. Er zijn verschillende manier waarop er gepest kan worden, deze manieren zijn: fysiek, materieel, verbaal, relationeel en digitaal. Leerkrachten en ouders kunnen bepaalde signalen herkennen waaruit blijkt dat een kind gepest wordt. Signalen die vaak voorkomen bij kinderen die gepest worden zijn: angst om naar school te gaan, het hebben van vervelende dromen, het krijgen van concentratieproblemen en het hebben van lichamelijke klachten zoals buikpijn, hoofdpijn en misselijkheid (Pesten.nl, sd).
Verschillen tussen jongens en meisjes
Er zijn duidelijke verschillen zichtbaar in de manier waarop jongens en meisjes pesten. Jongens pesten op een directe en zichtbare manier, jongens pesten meer fysiek. Meisjes daarentegen pesten op een vaak subtiele en indirecte manier door bijvoorbeeld te roddelen over elkaar of door andere meisjes buiten te sluiten. De manier waarop meisjes pesten is vaak minder goed zichtbaar en hierdoor is het moeilijker voor leerkrachten om te signaleren dan bij jongens (Pesten.nl, sd).
Opkomst van cyberpesten
De laatste jaren wordt pesten gezien als iets wat met een groep wordt gedaan. Uit onderzoek is ook gebleken dat er bij pesten verschillende rollen zijn. Deze rollen zijn: de dader, het slachtoffer, kinderen die mee pesten, buitenstaanders, kinderen die het slachtoffer helpen en de enkele kinderen die niet door hebben dat er gepest wordt. Het pesten heeft niet alleen een negatieve invloed op het slachtoffer maar eigenlijk op de hele klas. Zelfs de Pester ervaart een negatieve invloed, vaak ontwikkeld de Pester namelijk ongepast gedrag waardoor er vaker problemen ontstaan in de pubertijd. Het pesten veroorzaakt verstoring en afleiding in de klas, hierdoor kan de rest van de klas minder goed leren. Om het pesten echt op te lossen moet de hele groep hierbij betrokken worden, alleen aandacht aan het slachtoffer besteden zal niet voldoende zijn (Pesten.nl, sd).
In de Arbowet staat dat Scholen zijn verplicht hun leerlingen en personeel te beschermen tegen alle vormen van geweld, dus ook tegen pesten. Er zijn meerdere dingen die een leerkracht kan ondernemen na het signaleren van pestgedrag. De leerkracht kan erover gaan praten, ingrijpen als het pesten aanhoudt, controleren of de gemaakte afspraken worden nageleefd, ouders informeren en/of strafmaatregelen nemen. Cyberpesten is de laatste jaren steeds vaker voorkomend begrip. 7 tot 10% van de kinderen heeft last van cyberpesten. Voorbeelden van cyberpesten zijn: buitensluiten op social media, bedreigen, afpersen en het aanmaken van nepaccounts. Ondanks dat cyberpesten vaak buiten schooltijd plaatsvindt zijn de effecten van cyberpesten vaak wel in de klas te merken. Cyberpesten kan worden aangepakt door: tijd te besteden aan mediawijsheid, de school- en klassenregels te bespreken met de leerlingen en door de kinderen te laten weten bij wie zij terecht kunnen als zij last hebben van cyberpesten (Stichting School & Veiligheid, sd).

