Passend onderwijs nog onvoldoende uit de verf

De zorgplicht bezorgt scholen de nodige hoofdbrekens. De Wet Passend Onderwijs bepaalt dat de school verantwoordelijk is voor passend onderwijs aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Die ondersteuning kan worden aangeboden op de school van aanmelding zelf. Als de mogelijkheden daar tekortschieten, moet de school een passende plek zoeken op een andere reguliere school, of op een school voor speciaal onderwijs. Maar een jaar na de invoering van de wet gaat er nog veel mis, zegt Kinderombudsman Marc Dullaert in zijn onderzoek ‘Werkt passend onderwijs?’, dat in september werd gepresenteerd.

 

Basisondersteuning

Scholen zijn door de nieuwe wet beter gaan samenwerken, stelt Dullaert. Ze zoeken samen naar oplossingen voor het ‘maatwerk’ dat leerlingen met een beperking, een chronische ziekte of gedragsproblemen vragen. De basisondersteuning, de begeleiding die een school standaard kan bieden, wordt geregeld in samenwerkingsverbanden. Het gaat bijvoorbeeld om hulp voor leerlingen met dyslexie en extra begeleiding van leerlingen met een meer of minder dan gemiddelde intelligentie. Daarnaast kunnen scholen extra begeleiding bieden, of een aparte voorziening inrichten, zoals een speciale klas voor leerlingen met een stoornis in het autistische spectrum. Toch is het in de praktijk vaak erg moeilijk om het juiste maatwerk te regelen, stelt Dullaert. In complexere gevallen biedt passend onderwijs volgens de kinderombudsman geen uitkomst.

 

Wet en praktijk ver uit elkaar

Bovendien zijn er scholen en samenwerkingverbanden die proberen onder de zorgplicht en de bijbehorende verantwoordelijkheden uit te komen, schrijft Dullaert. Zo zijn er scholen die het aanmeldingformulier op hun website onvindbaar hebben gemaakt, of die een schriftelijke aanmelding eisen maar ouders daar niet op wijzen. Dat wordt bevestigd door een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders onder 400 schoolleiders. Bijna 90% geeft toe zorgleerlingen niet meteen in te schrijven. Ze voeren eerst een kennismakingsgesprek om dan met een advies te komen of de school de juiste zorg wel kan bieden. De Wet Passend Onderwijs bepaalt juist dat de school verplicht is om alle leerlingen direct in te schrijven, en dan pas moet kijken hoe passend onderwijs kan worden gerealiseerd. Wet en praktijk liggen hier ver uit elkaar. Een jaar na de invoering van passend onderwijs zijn er nog steeds kinderen die geen passende vorm van onderwijs kunnen krijgen, concludeert de Kinderombudsman.

 

Leerkrachten en ouders

Passend onderwijs doet een groot beroep op de leerkracht. Dat blijkt ook uit een enquête van DUO Onderwijsonderzoek onder 1600 leraren en schooldirecteuren. Van de leraren in het basisonderwijs is 54 procent negatief over de wet, in het voortgezet onderwijs is dat zelfs 60 procent. Veel leraren vinden dat het ten koste gaat van andere kinderen in de klas. De extra zorg voor een beperkt aantal leerlingen kost de leraren veel tijd. Ze zien de invoering van passend onderwijs als een bezuiniging, en denken dat er meer geld nodig is. Maar dat geld gaat er niet komen, heeft staatssecretaris Dekker van Onderwijs laten weten. Wel ontwikkelt zijn ministerie een toolkit om leraren te helpen met verschillen in de klas. De kit is gericht op zowel toptalenten als leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

 

Over dit onderwerp zijn bij Educatheek.nl volgende boeken beschikbaar:

 
Coöperatief leren binnen passend onderwijs
Leerkrachten begeleiden bij passend onderwijs
Passend onderwijzen
Aan de slag met passend onderwijs

 

Tekst: Marieke Moraal